Geef bij leven al een nier

Geef bij leven al een nier

Datum: 
30/01/2014

ARTSEN DOEN OPROEP OM WACHTLIJSTEN TE VERMINDEREN

Nierspecialisten roepen de Belgen op om zich al bij leven aan te bieden als donor. Jaarlijks krijgt immers nog niet de helft van de nierpatiënten op een wachtlijst een nieuwe nier, blijkt uit cijfers die de 'Artsenkrant' kon inkijken. Wie toch een nier krijgt, moet het vaak met een 'versleten' exemplaar stellen.

Aan het UZ Leuven kregen vorig jaar nog twee mannen die een nieuwe nier nodig hadden die van elkaars vrouw. De gekruiste niertransplantie was een primeur voor ons land. Het toont aan hoe moeilijk het is om een geschikte nier te vinden die je ook nog eens een langdurige, goede levenskwaliteit kan bieden. Het aantal levende nierdonaties in België stagneert al enkele jaren rond 10%. Gezien de lange wachtlijsten is dat veel te weinig, vinden specialisten van het UZ Antwerpen en de KU Leuven. "Omdat het aantal jongere verkeersslachtoffers afneemt, beschikken we bijna alleen nog maar over nieren van overleden donoren ouder dan 55 met een hoge bloeddruk en/of met hart- en vaatziekten", zegt nefroloog Mark Helbert (ZNA en UZA). (Nefrologie is de interne geneeskunde die zich met nier-aandoeningen bezighoudt, red.) "Die nieren geven minder goede resultaten. Een levende donor, daarentegen, screenen we op voorhand bijzonder goed. Alleen wie een perfecte nierwerking heeft, komt in aanmerking." Met andere woorden: een patiënt krijgt dus een 'topnier'.

Minimale risico's

Wie bij leven een nier afstaat, hoeft weinig te vrezen, zo blijkt. Risico's zijn minimaal. Kleine verwikkelingen treden maar op in 1 tot 5% van de gevallen. "In Nederland, Zweden en Engeland gebeuren al lange tijd één op de twee donaties met levende donoren", aldus nog dokter Helbert. "Uit de opvolging blijkt dat zij niet sneller doodgaan. Zweedse studies tonen zelfs aan dat zij langer leven dan verwacht voor hun leeftijd. Omdat ze al kerngezond waren, maar ook omdat ze elk jaar op controle gaan. En mocht er toch iets misgaan met hun overgebleven nier, dan merken we dat snel op en kunnen we ook sneller ingrijpen." Volgens transplantatiechirurg Dirk Ysebaert (UZA) is ook de hinder vlak na de operatie minimaal voor een donor. "Sommigen gaan zelfs daags na de ingreep al naar huis", klinkt het. "We verwijderen nieren met een kleine abdominale incisie. In de toekomst zal de techniek wellicht nog verder evolueren naar operaties via natuurlijke openingen of via de navel."

Geen beloning

Een donor die later toch in grote problemen raakt, bijvoorbeeld door een ongeval, kan zijn nier niet meer terugeisen. "Eenmaal je een nier hebt weggeschonken, kan je daar geen aanspraak meer op maken", zegt dokter Helbert. "Voorlopig voorziet Eurotransplant (dat zich in zet voor een optimaal gebruik van beschikbare donororganen, red.) ook niet dat je hoger op een wachtlijst terecht komt. Persoonlijk pleit ik daar wél voor. Een daad van barmhartigheid mag beloond worden." Levende nierdonatie biedt overigens ook maatschappelijke voordelen. Een dialyse kost immers gemiddeld 50.000 euro per jaar. Terwijl de kostprijs van een transplantatie rond de 30.000 euro schommelt. Om de levende donatie te promoten, pleit transplantatiecoördinator Glen Van Helleputte (KU Leuven) in de 'Artsenkrant' voor "financiële prikkels als de terugbetaling van alle kosten voor de donor". Daarvoor is politieke wil nodig, maar die laat op zich wachten.

Elk jaar 450 transplantaties voor 1.000 patiënten

In ons land worden jaarlijks circa 450 niervervangende ingrepen uitgevoerd. Tegelijkertijd staan er ook permanent een duizendtal patiënten op de wachtlijst. De wachttijd bedraagt dus al snel twee à drie jaar. Volgens specialisten is de voorbije jaren de kloof tussen vraag en aanbod steeds groter geworden. Dat valt voor een stuk te verklaren door de vergrijzing van de bevolking. Het nier-aanbod van overleden donoren is wél licht gegroeid. Zo komen nu ook nieren van overledenen in aanmerking die na een hartstilstand door een chirurg werden verwijderd. "In vergelijking met nieren van hersendode pati�nten zijn die minder goed doorbloed", aldus dokter Mark Helbert. "Dat is nadelig voor de werking van die nier. Die gaan geen 30 jaar meer mee."

Bron: Het Laatste Nieuws, 30-01-2014

Blijf op de hoogte van nieuws in het UZA via Twitter @uzanieuws en Facebook